Doelstellingen

De studenten kunnen
  • gebruik maken van ICT om doelgericht informatie te selecteren.
  • minstens 10 werkvormen die in het Freinetonderwijs gebruikt worden opsommen en in eigen woorden uitleggen.
  • van minstens 10 werkvormen die in het Freinetonderwijs gebruikt worden opsommen welke vaardigheden de leerlingen bereiken door gebruik te maken van die werkvormen en opsommen welk materiaal er nodig is om de werkvormen te gebruiken.
  • in groepsverband werken en een toegewezen opdracht uitvoeren.
  • ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier gebruiken.
  • met behulp van ICT digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren.
  • omschrijven welke elementen terug te vinden zijn in een methodeklas en in een reguliere klas.
  • hun eigen mening naar voren brengen.
  • hun mening onderbouwen met argumenten.
  • respect tonen voor elkaars mening.
  • respectvol commentaar geven en ontvangen.
  • de vragen bij het kruiswoordraadsel beantwoorden door de kennis die ze verworven hebben bij hoek 1 over werkvormen die gebruikt worden in het Freinetonderwijs.
  • aan de hand van het materiaal waarover ze beschikken en met behulp van de vragen, uitbeelden wat ze belangrijk vinden bij het uitvoeren van een werkvorm.
  • korte lesdelen uitwerken voor hun vakgebied gebruik makende van de werkvormen in het Freinetonderwijs.
  • de leerinhouden van hun onderwijsvakken op een doelgerichte en creatieve manier aanpakken in hun klaspraktijk.

Lesverloop


Inleiding
De onderzoeksvraag wordt op het bord genoteerd. Elke student krijgt twee plakbriefjes en mag daarop het antwoord noteren op één of meerdere van de volgende vragen:

  • Wat weet ik al?
  • Wat wil ik weten?
  • Wat verwacht ik van deze workshop?
De begeleider kiest enkele briefjes uit en bespreekt die kort.
De studenten worden in groepjes van 3 à 4 studenten verdeeld. Elke student krijgt een contractbundel. De begeleider geeft uitleg over de werking van het contract. Daarna gaan de studenten aan de slag. Ze maken de drie moetjes, de tijd die overblijft kunnen ze benutten om een magje naar keuze uit te voeren. Elk moetje duurt ongeveer 10 minuten. Omdat er aan tempodifferentiatie wordt gedaan, kunnen de studenten ook meer of minder tijd besteden aan het moetje. Als ze een vraag hebben, steken ze de rode kaart omhoog en werken ze verder tot de begeleider uitleg komt geven.

Moetje 1: werkvormen
Tijdens deze hoek gaan de studenten informatie, vaardigheden en materialen betreffende werkvormen in het Freinetonderwijs bestuderen. Door middel van deze informatie en eigen ervaringen moeten de studenten besluiten welke werkvormen van het Freinetonderwijs geïntegreerd kunnen worden in het regulier onderwijs.
De studenten houden zich aan het volgende stappenplan:

  1. In de omslag ‘werkvormen’ kan je 14 kaarten met werkvormen terugvinden. Neem deze voor je.
  2. Neem 1 kaart uit de omslag. Op deze kaart staat 1 werkvorm. Zoek op internet informatie over deze werkvorm. Dat doe je op de volgende website: http://methodescholenfreinet.wikispaces.com/ è theorie è Welke werkvormen worden regelmatig gebruikt in het Freinetonderwijs? è Klik dan op de gewenste werkvorm. Hier kan je algemene informatie, vaardigheden voor de leerlingen en de materialen die nodig zijn voor de werkvorm vinden. Lees dit aandachtig door.
  3. Daarna trek je een vraag uit de omslag ‘vragen’. Overleg je antwoord in groep.
  4. Nu je deze informatie weet en de werkvorm aandachtig besproken hebt, stel je jezelf de volgende vraag: ‘Kan deze werkvorm enkel gebruikt worden in het Freinetonderwijs, het regulier onderwijs, of in beiden?’ Overleg je antwoord in groep. Wanneer je een besluit gevormd hebt, plaats je de werkvorm in de juiste kolom van de grote flap. Het is zeer belangrijk dat je duidelijk argumenteert waarom deze werkvorm op deze plaats ligt.
  5. Deze stappen doe je met iedere werkvorm.
  6. Algemeen besluit: Wanneer je klaar bent met alle werkvormen overleg je in groep de volgende vragen: Zijn er werkvormen van het Freinetonderwijs die ook in het reguliere onderwijs gebruikt kunnen worden? Hoe verklaar je dit? Zijn er bepaalde werkvormen van het Freinetonderwijs die je niet/moeilijk kunt toepassen in het reguliere onderwijs? Hoe verklaar je dit?
  7. Wanneer je klaar bent, ruim je alles weer netjes op.

Moetje 2: Een lesje maken
In deze hoek gaan de studenten aan de slag met de werkvormen uit het Freinetonderwijs. Ze gaan proberen om één werkvorm te gebruiken om een kort lesdeel uit te werken voor hun eigen vakgebied.
De studenten houden zich aan het volgende stappenplan:


Kies één van je vakken waaruit je een kort lesonderwerp selecteert.
  1. Zoek op het internet, indien nodig, informatie over de werkvormen die ze in het Freinetonderwijs gebruiken. Dat doe je op de volgende website: http://methodescholenfreinet.wikispaces.com/ è theorie è Welke werkvormen worden regelmatig gebruikt in het Freinetonderwijs? è Klik dan op de gewenste werkvorm.
  2. Hier kan je algemene informatie, vaardigheden voor de leerlingen en de materialen die nodig zijn voor de werkvorm vinden. Lees dit aandachtig door.
  3. Kies de werkvorm die je wil gebruiken.
  4. Werk kort het lesonderwerp dat je gekozen had uit volgens de gekozen werkvorm.
  5. Nu gaan jullie terug samenwerken.
  6. Presenteer hetgeen je juist gemaakt hebt op een creatieve manier aan de anderen. Dit doet elk lid van het groepje.
  7. Wanneer je klaar bent bespreek je in groep wat jullie geleerd hebben. Zijn er werkvormen van het Freinetonderwijs die ook in het reguliere onderwijs gebruikt kunnen worden? Bij wie was het goed gelukt om een werkvorm uit het Freinetonderwijs te integreren? Hoe kwam dat? Bij wie was het minder goed gelukt? Wat was hiervoor de reden? Zijn er bepaalde werkvormen van het Freinetonderwijs die je niet/moeilijk kunt toepassen in het reguliere onderwijs? Hoe verklaar je dit? Gaan jullie in de toekomst misschien de werkvormen die jullie net hebben leren kennen, gebruiken? Waarom wel? Waarom niet?

Moetje 3: sfeeromschrijving en stellingenspel
In deze hoek gaan de studenten nadenken over de verschillende elementen die aanwezig zijn in een methodeklas en een gewone klas. De leerlingen gaan d.m.v. vragen en stellingen een eigen mening vormen over welke elementen ze later in hun klas zeker willen gebruiken.
De studenten houden zich aan het volgende stappenplan:
  1. In de omslag ‘sfeeromschrijving’ kan je kaarten met verschillende vragen terugvinden.
  2. Neem 1 kaart uit de omslag. Op deze kaart staat 1 vraag over de sfeer in een klas. Lees de vraag en probeer er een zo eerlijk mogelijk antwoord op te geven. Het is niet erg als niet iedereen dezelfde mening heeft.
  3. Nadat je alle vragen over de sfeer in een methodeklas en een reguliere klas hebt besproken, neem je de omslag met stellingen voor je. In deze omslag vind je verschillende stellingen terug. Probeer om op deze stellingen een zo eerlijk mogelijk antwoord te geven. Als je akkoord gaat, steek dan de groene kaart omhoog, ben je niet akkoord, dan duid je dit aan met de rode kaart. Beargumenteer je mening.
  4. Algemeen besluit: Wanneer je alle vragen en stellingen hebt overlopen. Geef dan een antwoord op de volgende vraag: Welke dingen zou ik in mijn latere klas zeker naar voor willen laten komen en waarom?
  5. Wanneer je klaar bent, ruim je alles weer netjes op.

Magje 1: kruiswoordraadsel
Deze hoek dient als een extra hoek waar de studenten de verworven informatie bij hoek 1 hier kunnen verwerken aan de hand van een kruiswoordraadsel over de werkvormen die in het Freinetonderwijs gebruikt worden.
De studenten houden zich aan het volgende stappenplan:

  1. Lees één voor één de vragen. Tracht een antwoord te vinden op de vragen.
  2. Noteer het antwoord in het lege kruiswoordraadsel bij het overeenkomstige nummer.
  3. Indien je het antwoord van een vraag niet weet, treuzel niet en ga naar de volgende vraag. Op het einde kan je die vraag misschien wel beantwoorden.
  4. Ben je klaar met het kruiswoordraadsel? Steek dan je groen kaartje omhoog. De leerkracht zal de antwoorden controleren.

Magje 2: uitbeelden
Bij deze hoek is het de bedoeling dat de studenten hun creativiteit naar boven halen. Ze gaan eerst nadenken over wat ze belangrijk vinden bij het uitvoeren van een werkvorm. Daarna gaan ze een tekening of een beeldje maken over datgene wat ze belangrijk vinden.
De studenten houden zich aan het volgende stappenplan:

  1. Denk na over wat jij belangrijk vindt bij het uitvoeren van een werkvorm. Volgende vragen kunnen je daarbij helpen:
    • Waarop baseer je je bij het kiezen van een werkvorm?
      (bv.: differentiatie, lesonderwerp enz.)
    • Welke factoren houd je voor ogen bij het uitwerken van de gekozen werkvorm? (bv.: groepsgrootte, timing enz.)
    • Welke afspraken vormen de basis bij het uitvoeren van een werkvorm? (bv.: vinger opsteken, meningen respecteren enz.)
    • Waaraan besteed je extra aandacht tijdens de uitvoering van een werkvorm? (bv.: groepssfeer, fluisteren enz.)
  2. Maak een tekening of een beeldje met het materiaal waarover je beschikt. De tekening of het beeldje moet uitbeelden wat jij belangrijk vindt bij het uitvoeren van een werkvorm.

Magje 3: ontwerp je eigen werkvorm
Bij deze hoek is het de bedoeling dat de leerlingen hun creativiteit, gekoppeld aan de doelen van hun onderwijsvakken, naar boven halen. Ze gaan eerst nadenken over welke leerinhouden belangrijk zijn en steeds aan bod komen binnen hun onderwijsvakken. Als ze de leerinhouden geselecteerd hebben, gaan ze nadenken over de doelen van deze leerinhouden om dan een doelgericht en creatief werkvorm te ontwerpen.
De leerlingen houden zich aan het volgende stappenplan:

  1. Verzin een werkvorm die je tijdens je klaspraktijk kan gebruiken om de leerinhouden van jouw onderwijsvakken aan te pakken. Volgende vragen kunnen je daarbij helpen:

    • Welke zijn je onderwijsvakken?
    • Welke leerinhouden van je onderwijsvakken komen steeds weer aan bod? (bijvoorbeeld: vocabulaire, grammaire, vraagstukken, experimenten enz.)
    • Wat zijn de doelen van deze werkvormen?
    • Wat is er volgens jou noodzakelijk binnen een werkvorm?

Materiaal

Computer met internetverbinding
Knutselgerief:
Schaar
Lijm
Papier
Plakband
Kleurpotloden
Stiften
Gekleurd papier
Crèpepapier
Slijper
Potlood
Gom
Meetlat

Rode en groene kaartjes voor alle studenten
Contractbundel voor alle studenten
Omslag werkvormen en kaartjes werkvormen
Omslag vragen en kaartjes vragen

Grote flap met de volgende tekst: ‘Freinetonderwijs, beiden of regulier onderwijs’
Omslag sfeeromschrijving en vragen sfeeromschrijving
Omslag stellingen en stellingen
Vragen kruiswoordraadsel


Downloads