Visie

Leren is leuk

Leren is leuk, tenminste als je uitgaat van de interesses en de ervaringen van de leerlingen. Dit is één van de belangrijkste principes van het Freinetonderwijs. Freinet kwam tot de conclusie dat het gewone onderwijs afweek van de individuele ontwikkeling en de belevingswereld van de kinderen. Dankzij dit inzicht ontwierp hij allerlei technieken waarbij de belevingswereld van de kinderen en hun interesses centraal staat. De leerlingen worden dankzij deze technieken meer betrokken en dragen meer verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces. Er wordt niet gewerkt met vaste methodes maar men gebruikt methodes en werkvormen naargelang de interesse van de groep. De leraar en de groep komen samen tot zinvolle manieren om te leren uit de ervaringen van de leerlingen. In het Freinetonderwijs is er respect voor de mening en eigenheid van alle partners. De leerlingen, leerkrachten en ouders worden op een gelijke manier behandeld. Natuurlijk is er een verschil in niveau maar dat betekent niet dat de leerkracht of de volwassenen in het algemeen superieur zijn. De school moet een coöperatieve leef- en werkgemeenschap worden waar leerlingen, ouders en leerkrachten zich goed voelen en een gedeelde verantwoordelijkheid dragen. Belangrijk om te stellen is ook dat geen twee scholen hetzelfde zijn. Omdat er wordt uitgegaan van de ervaringen en belevingen van de leerlingen is het niet mogelijk om overal volgens hetzelfde stramien te werken. Uiteraard zijn er een aantal overeenkomsten binnen het Freinetonderwijs. De ervaringen en belevingen van de leerlingen vormen het uitgangspunt van de lessen, de leerkracht en leerlingen bepalen samen hoe hier zinvol mee kan worden omgegaan. Het werk van de leerlingen moet altijd een doel hebben en leren wordt op een experimentele manier aangepakt. De leerlingen krijgen geen voorgekauwd werk voorgeschoteld. Ten slotte vindt de opvoeding en het onderwijs plaats in democratisch en coöperatief overleg. De relatie tussen leerkracht en leerlingen is geen eenrichtingsverkeer. Leerkrachten moeten zich regelmatig afvragen wat de leerlingen denken en hoe ze zelf zouden reageren bij een compliment of een straf.


Gelijke behandeling

Zoals we al stelden worden kinderen en volwassenen op een gelijke manier behandeld. Ze zijn namelijk gelijk van aard. Het kind is dan wel onervaren en onwetend maar het beschikt ook over een enorme levenskracht en zal uiteindelijk ook opgroeien tot een volwassene. Door tussen de leerlingen te staan kom je tot een gelijk niveau, je ziet de leerlingen zoals ze zijn en niet zoals een ‘klassieke’ leraar ze ziet. Het gedrag van de leerlingen moet ook altijd in zijn context worden gezien. Ook volwassenen reageren soms op een bepaalde manier door omstandigheden.


Motivatie van het kind

In het onderwijs moet er rekening gehouden worden met de reacties van het kind. De leerlingen zullen veel meer gemotiveerd zijn en veel meer voldoening krijgen als ze mogen werken aan zelfgekozen onderwerpen en wanneer ze op een individuele manier worden behandeld. Het doel moet ook duidelijk zijn om echt leren mogelijk te maken. Leerlingen werken graag als ze het resultaat voor ogen kunnen hebben. Door hen te begeleiden in hun opdrachten zullen ze ook meer kans hebben om te slagen waardoor ze meer voldoening krijgen. Door opdrachten te kiezen waar de klas samen aan kan werken, verhoogt de inzet van de leerlingen. Leerlingen moeten niet gedwongen worden tot werk. Ook al vinden ze het werk interessant, toch zullen ze een afkeer krijgen wegens het autoritaire bevel dat ze ontvangen.


Technieken en aandachtspunten

Tijdens het lesgeven en het opvoeden zijn er een aantal technieken en aandachtspunten die in acht genomen moeten worden. Leerstof verwerven gebeurt pas wanneer leerlingen de leerstof zelf, meestal op een experimentele manier, kunnen zoeken. Het leren moet altijd in de praktijk en in een echte context gebeuren om effectief te zijn. Het geheugen is slechts een hulpmiddel tot dit experimenteel zoeken. Het moet dan ook niet gebruikt worden om regeltjes te onthouden. Leerlingen houden van functioneel werk. Als ze bezig zijn met een opdracht die ze zelf hebben gekozen en die een echte vraag beantwoordt, zullen ze erg gemotiveerd zijn en zullen ze de tijd niet aftellen tot de school gedaan is. Ze zullen tijdens de pauze en na school graag verder willen werken. Cijfers, klasseringen en kwetsende straffen zijn niet nodig binnen het Freinetonderwijs. Het is belangrijk dat gekeken wordt naar de vooruitgang van het kind en naar vaardigheden en niet enkel naar meetbare resultaten. Een kind doet van nature zijn best om te slagen. Het is dus belangrijk hem te helpen dit te bereiken in plaats van het kind te straffen wanneer een opdracht niet lukt. Een veelgehoord idee is dat alles mag in een Freinetklas en dat de leerlingen er geen discipline leren. Dit is echter een volkomen fout idee. Door de hoeveelheid individueel en groepswerk is er net veel orde en discipline nodig. Doordat de leerlingen zelf bepalen wat ze leren en dit dus ook willen, zullen ze zich met veel plezier onderwerpen aan de nodige discipline. Door het vele individuele werk en de samenwerking tussen de leerlingen kan er in een Freinetschool geen plaats zijn voor grote klassen. De samenwerking tussen de verschillende partners kan gerealiseerd worden door muurkranten, klassenraden en communicatie. Dit kan ook moeilijk gebeuren in grote schoolcomplexen omdat leerkrachten en leerlingen daar haast anoniem naast elkaar leven.


Belangrijkste ideeën

We zetten nog even de belangrijkste ideeën naast elkaar. De ervaringen en belevingen van het kind zijn het vertrekpunt van het onderwijs. Door middel van experimenteel zoeken naar een concreet doel wordt er zinvol gewerkt. Leren moet altijd gebeuren in een waarheidsgetrouwe en zinvolle context. De opvoeding en onderwijs op school staat hierdoor niet los van de maatschappij. De school moet een coöperatieve democratische gemeenschap zijn waar de leerlingen, leerkrachten, ouders en eventuele andere partners samen zorgen voor goed onderwijs. Het doel van het Freinetonderwijs is kinderen opvoeden tot zelfstandige, taakgerichte en kritisch denkende mensen. Het goed kunnen samenwerken en rekening houden met groepsleden maakt ook deel uit van het doel.

Kenmerken

Geen vast stramien

Er werd al gesteld dat er geen vast stramien is voor het Freinetonderwijs. Er moet immers vertrokken worden vanuit de ervaringen van de leerlingen. De leerlingen moeten zelf kunnen bepalen wat ze willen leren en op welke manier ze vragen het beste kunnen beantwoorden. Toch zijn er een aantal technieken ontwikkeld die helpen de visie van Freinet in de praktijk te brengen. Heel belangrijk hierbij is dat deze technieken of werkvormen geen statische methoden zijn. Door voortdurend verder te gaan in de ontwikkeling blijft het onderwijs modern. Zo is de drukpers, die vroeger het middelpunt van de communicatie naar anderen toe was, grotendeels vervangen door de computer. Ook andere technieken veranderen en worden aangepast aan de moderne tijd. Bovendien moet de leerkracht de behoeften van de klas alsook zijn of haar eigen behoeften kunnen vervullen met de gekozen werkvormen. Veel vooropgestelde werkvormen vragen veel investering en voorbereiding van de leerkracht, het is dus logisch dat niet alle werkvormen evenveel aan bod kunnen komen. Welke technieken gekozen worden is afhankelijk van de tijd, de situatie en de mogelijkheden van de klas. Er wordt in het Freinetonderwijs ook maar heel beperkt met handboeken gewerkt wat toch een groot verschil is met het ‘klassieke’ onderwijs. De leerkracht treedt in een Freinetklas op als een begeleider die de kinderen naar de oplossing leidt. In die zin speelt de communicatie tussen de kinderen en de leerkrachten een heel belangrijke rol.


Goede communicatie

Ook is het belangrijk dat de kinderen onderling en met de ouders goed kunnen communiceren. Om deze communicatie te optimaliseren, wordt er een groepsgroeiboek en een groeiboek per leerling bijgehouden. In het groepsgroeiboek kunnen kinderen en ouders hun belevenissen noteren die dan later terug gehaald kunnen worden. De communicatie is niet beperkt binnen de school. Ook de scholen communiceren met elkaar. De kinderen schrijven zelf teksten waarin ze verwoorden wat ze gedaan of meegemaakt hebben en deze teksten worden verspreid naar andere scholen. Om zich te uiten gebruiken de kinderen ‘vrije expressie’ : mime, dans, toneel, schilderen, tekenen, muziek en boetseren. De waarde die ze daarmee willen meegeven ligt niet alleen in de activiteit maar ook in het resultaat waarmee ze duidelijk willen maken hoe in hun ogen de wereld eruit ziet. Op die manier worden kinderen gestimuleerd om hun bezigheid verder te zetten en een beter resultaat te bereiken.


Realiteitsgebonden

In het freinetonderwijs hecht men belang aan de omgang van het kind met de werkelijkheid. Het kind mag zich niet opsluiten in zijn eigen wereldje maar moet met verstand en plezier kunnen omgaan met de werkelijkheid. Het freinetonderwijs tracht dit te bereiken door kinderen te betrekken aan de hand van de inrichting van de hoeken in de klas.
= Zie werkvormen


Klasinrichting

Om het werken met deze werkvormen volgens de visie van Freinet mogelijk te maken is de klasinrichting heel belangrijk. De klas vormt niet alleen een leeromgeving maar is ook een leefomgeving waar leerlingen en leerkrachten zich goed voelen. Enkel dan kan goed onderwijs worden gegeven. De inrichting hangt natuurlijk vooral af van de gebruikte werkvormen. Meestal wordt er gekozen voor goed verplaatsbare tafels zodat de inrichting van de klas snel kan veranderen. De tafels staan meestal in groepjes opgesteld zodat groepswerk een plaats kan vinden. Indien de mogelijkheid er is worden er ook al enkele hoeken voorzien. Vooral in het lager onderwijs werkt men dikwijls met vaststaande hoeken zoals bijvoorbeeld een leeshoek of een knutselhoek.


Didactisch materiaal

Er wordt ook veel didactisch materiaal voorzien in de klas zodat de leerlingen de mogelijkheid hebben om hier zelfstandig mee aan de slag te gaan. Zo zal er in de meeste Freinetklassen minstens één computer met internetaansluiting aanwezig zijn. In de klassen is er ook plaats voor materiaal van de leerlingen. Projecten die de leerlingen hebben uitgevoerd of de klassenkrant krijgen een plaats in de klas zodat het werk van de leerlingen zichtbaar is. Ook een klassenkrant wordt dikwijls voorzien in de klas.