Persoonlijk


Welke opleiding heeft u gevolgd?
  • Regentaat: Frans en Nederlands

Hoe lang geeft u al les?
  • Acht jaar

Hoe lang staat u al op deze school?
  • Acht jaar

Heeft u voordien ook op een reguliere school of andere methodescholen gewerkt?
  • Neen

Heeft u een specifieke bijscholing gevolgd i.v.m. methodeonderwijs?
  • Ja, een vijfdaagse opleiding voor leerkrachten secundair onderwijs. We hebben deze opleiding kunnen volgen via nascholingscheques vanuit de Middenschool. Vijf leerkrachten hebben deze opleiding gevolgd. We hebben kennis gemaakt met de visies van de verschillende methodes en ook de werkvormen.

Is methodeonderwijs een bewuste keuze geweest? Waarop was deze keuze gebaseerd?
  • De keuze kwam van de Middenschool om methodeklasjes op te richten. Op korte tijd hebben we een groot aantal leerlingen verloren en via deze weg hebben we een nieuw interessant pakket kunnen bieden aan de leerlingen. De directie heeft me dit dus zelf aangeboden.

Onderwijs algemeen


Wat is er kenmerkend aan het Freinetonderwijs?
  • Freinetonderwijs is gebaseerd op de visie van Freinet. Alles vertrekt vanuit de visie van de leerlingen. Hieruit ontstaan er ondermeer projecten, maar deze visie kan ook toegepast worden binnen de gewone losstaande vakken. Het grote idee is dat de leerlingen medezeggenschap krijgen binnen de les.

Wat is er specifiek aan de manier waarop jullie werken op deze school?
  • We werken regelmatig een volledige week rond een project. Dit project kiezen de leerlingen zelf. Iedere week doen we ook een kringgesprek. Ook hier bepalen de leerlingen het onderwerp zelf. In de lessen wordt er vaak gebruik gemaakt van contractwerk en hoekenwerk. De leerlingen mogen in overleg met de leerkrachten zelf de sancties van het verbreken van regels bepalen.Het aantal leerlingen wordt op een maximum van dertien per klas gezet, om op deze manier optimaal te kunnen werken met
    verschillende werkvormen.
Hoe ziet een dag in het methodeonderwijs eruit?
  • De leerlingen hebben dezelfde vakken als in het traditioneel onderwijs. Ze krijgen uiteraard wel meer inspraak en de werkvormen zijn ook activerend en gericht op zelfstandigheid en samenwerking. De leerlingen mogen tijdens de les ook rondlopen in de klas, dit zonder toestemming te vragen aan de leerkracht.

Hoe ziet een week in het methodeonderwijs eruit?
  • De week start met een kringgesprek, daar is een extra uur voor vrijgemaakt. De leerlingen mogen dan vertellen wat er hen op het hart ligt. De leerlingen beslissen samen wie er verslaggever of voorzitter wordt. Er wordt een knuffel doorgegeven en degene die de knuffel vast heeft, mag zijn mening/verhaal vertellen aan de groep. De volgende dagen zijn het ofwel gewone lessen waarin bepaalde werkvormen uit het methodeonderwijs worden toegepast, ofwel een project.

Zijn er bepaalde start- of slotactiviteiten?
  • Zoals ik al zei beginnen we de week met een kringgesprek, het afsluiten van de week gebeurt niet op een specifieke manier. Dat hangt van de leerkracht af die het laatste uur les geeft aan deze klassen.

Is er specifiek didactisch materiaal dat gebruikt wordt in een methodeklas?
  • Ja. Vaak is dat zelf gemaakt didactisch materiaal, zoals aangepaste cursussen, fiches, bronnenkaarten, zelf ontworpen didactische spelletjes. Maar ook stappenplannen, contractwerk enzovoort horen daar zeker bij. In ieder lokaal zijn er ook een aantal computers, voor iedere leerling één.

Worden de klassen op een speciale manier ingericht voor methodeonderwijs?
  • De klassen worden ingedeeld in verschillende eilandjes. Elk eilandje bestaat uit vier banken en vier stoelen. Dit vergemakkelijkt het groepswerk, hoekenwerk en andere didactische werkvormen. Tijdens het kringgesprek worden de banken aan de kant geschoven en worden de stoelen in een kring gezet.
plattegrond-methode.gif

Wordt er gewerkt met kernleerkrachten? + Hoe gaat dat in zijn werk?
  • Het grote idee is dat zo weinig mogelijk leerkrachten zoveel mogelijk vakken geven. Zo zijn er leerkrachten die meer dan vier vakken onderwijzen.
Dit kan voor een leerkracht wel een enorme belasting zijn. Hij moet een uitgebreide kennis hebben van verschillende soorten vakken.
Als leerkracht moet je daarin groeien, hoe langer je in het methodeonderwijs staat, hoe beter je daar een eigen weg in vindt.

Is het kleine aantal leerkrachten van het methodeonderwijs voordeliger dan het grote aantal leerkrachten in het reguliere onderwijs en waarom?
  • Het is een nadeel omdat je uiteraard geen specialist kan zijn in het grote aantal vakken dat je moet onderwijzen binnen het methodeonderwijs, maar het is dan wel weer een voordeel zodat je de leerlingen veel ziet en een goed contact kunt opbouwen.
In het regulier onderwijs kan je deze conclusie gewoon omdraaien: je kunt specialist zijn binnen je vak, maar je ziet dezelfde leerlingen waarschijnlijk maximum
vier uur binnen de week.

Wordt er in deze school gewerkt met bepaalde handboeken? Waarom wel/niet?
  • Sommige handboeken van het regulier onderwijs worden behouden, andere worden herwerkt of volledig herschreven. Zo zijn de cursussen van Frans en aardrijkskunde volledig herwerkt zodat de leerlingen dit op een volledig zelfstandige basis kunnen leren. Vaak is dit dan aan de hand van contractwerk.

Hoe gaan jullie in deze school om met leerproblemen?
  • Bij de inschrijvingen wordt er aan de ouders gevraagd of de leerling leerproblemen heeft, zodat we hier al vanaf het begin aan kunnen werken.
Er wordt contact opgenomen met het lager onderwijs waarin de leerlingen onderwezen werden, de technieken die ze daar gebruikt hebben om de leerproblemen te
voorkomen of te helpen, kunnen dan overgenomen worden voor specifieke leerlingen. Ook zijn er in het begin van het schooljaar verschillende tests waardoor we
leerproblemen kunnen detecteren. Aan de hand van deze informatie wordt er bepaald of de leerlingen begeleiding moeten krijgen. Vaak is deze begeleiding via het
CLB of bijlessen tijdens de pauze. Ook ‘leren thuis leren’ wordt gebruikt om specifieke leerlingen verder te helpen. Natuurlijk gaat de begeleiding ook door tijdens
de lessen door middel van differentiatie of gesprekken. De leerproblemen kunnen goed opgevangen worden doordat het aantal leerlingen zo klein mogelijk
gehouden wordt en door de wekelijkse vergadering van de kernleerkrachten.

Hoe zie je de eindtermen gerealiseerd vanuit de visie en de werking van een methodeschool?
  • Het invoeren van methodeklassen binnen deze reguliere school is nog maar twee jaar van start. Dit schooljaar is het de eerste keer dat leerlingen naar een volgende graad gaan. We kunnen deze vraag dus pas beantwoorden op het einde van dit schooljaar. Toch kan ik al vermelden dat de eindtermen van mijn vakken bereikt zullen zijn, en dat zal hoogstwaarschijnlijk hetzelfde zijn voor de andere kernleerkrachten.
Het is een feit dat we bepaalde eindtermen trager opbouwen dan het reguliere onderwijs, omwille van het invoeren van projecten, die
dan weer nieuwe vaardigheden met zich meebrengen. Toch is het zeker lovend en zullen de eindtermen hoogstwaarschijnlijk evengoed bereikt worden als in het
reguliere onderwijs.


Werkvormen


Welke werkvormen worden binnen deze school veel gebruikt?
  • De werkvormen die veel gebruikt worden zijn: vier - twee - solo, kringgesprek, hoekenwerk, contractwerk, placemats, gebruik van computers(vaak ook binnen een project), check in duo’s en expertengroepen.

Welke werkvormen gebruikt u regelmatig in uw lespraktijk?
  • Ik gebruik wel eens vaker de vier - twee - solo, hoekenwerk en contractwerk binnen mijn vakken. De andere werkvormen zoals placemats en dergelijke gebruik ik minder vaak.
Ik vind een werkvorm ook leuk als de leerlingen zelfstandig theorie kunnen doornemen, zonder dat de leerlingen eigenlijk door
hebben dat het om theorie gaat.

Zijn er bepaalde werkvormen uit het Freinetonderwijs die u absoluut niet gebruikt? Waarom?
  • Ik zal waarschijnlijk bepaalde werkvormen nog niet gebruikt hebben, maar dat is zeker geen bewuste keuze geweest.
Ik vind ook niet dat je werkvormen moet gebruiken gewoon om er zoveel mogelijk te gebruiken. Je moet een werkvorm gebruiken
omdat die zich leent voor de les die je wilt geven.

Welke werkvormen spreken de leerlingen aan? Welke werkvormen hebben ze minder graag?
  • Ik heb vooral het gevoel dat de leerlingen graag samenwerken. Bijvoorbeeld bij de vier- twee- solo: met vier werken vinden ze leuk, met twee valt ook nog mee, maar de laatste oefeningen die ze alleen moeten oplossen, willen ze liever samen oplossen. Het is bij die methode echter de bedoeling om na te gaan of de leerlingen het echt alleen kunnen.
De leerlingen werken ook graag aan de computers.

Zijn er bepaalde werkvormen transfereerbaar naar het reguliere onderwijs?
  • Het reguliere onderwijs zal wel beïnvloed worden door de overspoeling van verschillende werkvormen. Maar in methodeonderwijs hebben we ook af en toe een doceermoment. Als je ziet dat veel leerlingen ergens een probleem mee hebben, dan leg je de les even stil en dan leg je het zelf uit.
Ik denk dat er uiteindelijk een gezonde mix zal ontstaan tussen regulier onderwijs en methodeonderwijs. Het ene is niet beter en het
andere is niet minder.

Gelden er in uw klas specifieke regels om het werken met deze werkvormen mogelijk te maken?
  • De werkvormen moeten een meerwaarde hebben. Ze moeten ervoor zorgen dat leerlingen probleemoplossend kunnen denken, leren samenwerken, dingen ook voor een langere tijd kunnen onthouden.
Die meerwaarde hangt ook af van de leerkracht en ik weet niet of die op het einde van een jaar al te meten zijn, dat moet in de loop
van hun schoolloopbaan groeien.

Gebruikt u in het begin van het schooljaar speciale werkvormen om de leerlingen te laten kennismaken? Welke?
  • In het lager onderwijs worden al verschillende werkvormen aangeleerd. De meeste werkvormen die ze hier leren, kennen ze eigenlijk al.
Hoekenwerk en contractwerk zijn hier voorbeelden van.
In het begin van het schooljaar gaan we op 2-daagse. Daar leren de leerlingen elkaar dan beter kennen en ook werkvormen die ze
gaan gebruiken.
Een van de klassen heeft ook een project uitgewerkt om volgend schooljaar voor zowel het eerste als het tweede jaar een
activiteitendag te organiseren. Zo leren de leerlingen elkaar ook beter kennen.


Eigen ervaringen


Welke meerwaarde biedt een Freinetschool boven een reguliere school?
  • Dat hangt van de leerling af. Niet elke leerling is gebaat met de methodes die we hier gebruiken. Als een leerling de houding niet heeft om zelfstandig te werken of niet graag samenwerkt, dan zal de leerling daar geen meerwaarde kunnen uithalen.
Er wordt natuurlijk ook niet onmiddellijk verwacht van leerlingen in een eerste jaar dat ze al volledig zelfstandig kunnen werken. Maar
er wordt wel gekeken of ze de houding of instelling hebben om dat te doen. Het is de bedoeling dat het door de jaren heen verder
gestimuleerd wordt. Hoe ouder ze worden, hoe beter ze kunnen samenwerken en zelfstandig kunnen werken.

Welke visies, ideeën en werkvormen van het methodeonderwijs zouden benut kunnen worden in het reguliere onderwijs en waarom?
  • Dat er meer ingespeeld wordt op de interesses van de leerlingen. De leerlingen van het regulier hier klagen vaak dat de leerlingen van methode veel op uitstap gaan, maar in het reguliere onderwijs is daar gewoon geen ruimte voor.

Denkt u dat alle leerlingen voordeel kunnen halen uit methodeonderwijs?
  • Neen, de zelfstandige en verantwoordelijke leerlingen halen er zeker een meerwaarde uit. Wanneer de leerlingen niet zelfstandig, verantwoordelijk of in groep samen kunnen werken, dan biedt methodeonderwijs zeker geen meerwaarde. Bij de inschrijving wordt er aan de ouders gevraagd of de leerlingen deze kenmerken bezitten, het is dan gewoon hopen op de eerlijkheid van de ouders.

Moet de opvoeding van het kind een grotere plaats krijgen binnen het onderwijs? Hoe wordt daar binnen deze school aan gewerkt?
  • Opvoeden wordt voor een deel aan de school overgelaten. Maar ik denk dat wanneer het fout loopt met de leerlingen, dat het misschien ook met problemen thuis te maken heeft. Elke vrijdagnamiddag overleggen we met het kernteam over het gedrag van leerlingen. Als het opvoeden van een kind een grote plaats moet krijgen, dan moet daar ook voldoende ruimte voor zijn.

Verkiest u een reguliere school of een methodeschool en waarom?
  • Er zijn natuurlijk meerdere factoren die bepalen of een kind naar een methodeschool moet gaan of naar een reguliere school. Het is moeilijk om zo zwart-wit te denken. Ik denk dat in het basisonderwijs dat verschil niet zo groot is. In het secundair zou ik erop letten of het kind graag dingen opzoekt of zelfstandig wil werken, of graag samenwerkt. Als dat zo is, zou ik die keuze wel kunnen maken om mijn kind naar een methodeschool te laten gaan. Maar je moet vooral kijken naar wat het beste is voor het kind.
Zelf had ik het vroeger niet gekund om op die manier te werken. Ik kan mij voorstellen dat verschillende leerlingen dat ook niet
kunnen.

Wat waren je ervaringen als beginnende leerkracht in een methodeschool?
  • Ik denk dat dat wel goed verloopt. Je hebt altijd werkpunten, je moet jezelf streng kunnen evalueren. Je moet kunnen zeggen dat als je een doelstelling niet hebt gehaald, je het volgend jaar anders moet aanpakken. We zijn met een heel team om te evalueren en we kunnen er met een heel team ook iets aan veranderen. Er zijn verschillende dingen waar we volgend jaar aan moeten werken, omdat ze nu nog niet in orde zijn. Je moet daar eerlijk in durven zijn.

Komen je verwachtingen van het methodeonderwijs overeen met de werkelijkheid?
  • Tot nu toe nog niet. Het is ook nog maar een project van 2 jaar nu. Je moet jezelf groeimogelijkheden geven.

Heb je tijdens de beginperiode steun gekregen binnen/buiten de school?
  • Binnen het team krijg ik heel veel steun. We proberen binnen het team ook te praten over dingen die eventueel mis zijn gegaan of over een deel dat wel gelukt is. Daar leert iedereen uit. We leren van elkaar en ik voel me enorm gesteund door het team.
Als we samen projecten organiseren, heb je elkaar nodig.

Wat is tot nu toe het leukste/ minst aangename moment geweest van je carrière binnen het onderwijs?
  • Er zijn veel leuke momenten. Elke keer als ik iets nieuw gebruik en dat lukt of toch voor een deel, dan geeft mij dat toch een goed gevoel. Dan kan je het bijschaven of opnieuw gebruiken.
Minder leuk is het vele werk dat je in methodeonderwijs moet steken.