Een eigen stekje

De leerlingen van het methodeonderwijs hebben hun lokalen in een eigen gang. De meeste lessen gaan door in hun eigen lokaal. Sommige vakken zoals plastische – , muzikale – en technologische opvoeding worden in andere lokalen gegeven. In die lokalen staan de banken in rijen zoals meestal ook het geval is binnen het reguliere onderwijs.

foto1.jpg

Aantal leerlingen

Als je in de methodeklas binnenkomt, merk je meteen een verschil met een ‘gewone’ klas. Het is een ruim lokaal, ondanks het kleine aantal leerlingen per klas (12 à 14).


Eilanden

De klassen worden ingedeeld in verschillende eilanden. Elk eiland bestaat uit vier banken en vier stoelen. Dit vergemakkelijkt het groepswerk, hoekenwerk en andere didactische werkvormen.
De tafels kunnen gemakkelijk verplaatst worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens het kringgesprek waarbij de lln de tafels aan de kant schuiven en in een kring gaan zitten.


Multimedia

Er zijn ook multimediatoepassingen aanwezig in het lokaal. Er is een printer, een televisie met DVD-speler, een overheadprojector, voor elke leerling een computer … Er is een erg groot whiteboard in de klas.


Sfeer

De klas heeft een warme en aangename sfeer. De ramen en deur hebben een warme rode kleur. De gordijnen zijn geel en de muren hebben een lichtbruine bakstenen kleur. Het plafond bestaat uit donkerbruine vezelplaten. Er is dus zeker meer kleur terug te vinden dan in de reguliere witgekleurde klassen. Er zijn veel grote ramen in het lokaal. Hierdoor valt er ook veel licht binnen.
De lokalen bevinden zich op het gelijkvloers en de school ligt in een groene omgeving. Als de leerlingen naar buiten kijken, hebben ze dus zicht op een stukje natuur.
In het lokaal is er ook plaats voor lesinformatie. Zo hangen er posters van wiskunde en Frans. Ten slotte is er in het lokaal ook nog een aquarium, dat geeft een gezellige sfeer.


Talenten

In het lokaal hangt er veel op. Dit varieert van werkjes van lln over lesinformatie tot versieringen. Zo is er een talentenweide waarop voor elke leerling een zelfgemaakte fiche met zijn of haar talenten hangt. De talentenweide is er ook niet zomaar. De leerkracht grijpt er in de les op terug. Als het bijvoorbeeld over computers gaat, kunnen de leerlingen terecht bij een leerling waarvan 'werken met de computer' een talent is. In de klas hangen ook collages van de leerlingen, er staan zelfgemaakte beeldjes, ...